Marina Kaštela is weer ontzettend warm. Door het gebrek aan wind loopt de temperatuur op tot zo’n 40 graden Celsius. Wel lijkt het iets rustiger dan twee jaar geleden. Ons schip blijkt bij controle weer piekfijn in orde, en nadat we onze bagage en boodschappen aan boord gebracht hebben maken wij dat wij wegkomen uit deze hitte.

Om 15:45 uur maken wij los van de steiger en varen de haven uit. Halverwege de baai Kaštelanski Zaljev steekt de wind op. Zuidwester, 12 tot 15 knopen. We hijsen snel de zeilen en genieten van de verkoeling die deze wind brengt. Met een snelheid van 5,5 tot 6,0 knopen varen we tussen Rt Marjan en Rt Čiovo door, de open zee op. We richten onze boeg wederom op Splitska Vrata, de doorgang tussen Šolta en Brač.

Omdat we geen zin hebben in de hoge tarieven van Lučice, waar we al vaker de eerste nacht doorgebracht hebben, verkennen we de twee andere grote baaien aan de zuidwestkant van Brač. De meest oostelijke, Uvala Maslinova, ziet er op de kaart het meest veelbelovend uit. Helaas blijkt deze in gebruik voor aquacultuur.

Wij gaan dus naar Uvala Osibova, de meest westelijke baai. Vlak voor de ingang van de baai zien we nog een groep van vier dolfijnen, waarvan één jong dier. Eenmaal binnen ankeren we vrij diep in de baai in 8 meter water, en zwemmen ook nog met een lijn naar de wal om onszelf daar aan een stevige boom vast te leggen.

De baai is erg diep, halverwege meten we nog steeds 20 meter water onder de kiel. In de loop van de avond ankeren er nog drie andere schepen. Door de diepte en omdat de baai vrij nauw is, is de ankerruimte beperkt.

Tegen 19:00 uur liggen we aangemeerd. We zwemmen nog een halfuurtje in het kristalheldere en lekker warme zeewater. Toch voelt het verfrissend, volgens onze thermometer is de buitentemperatuur op dat moment nog ruim 32 graden Celsius. Rond 20:00 uur is het donker en een uurtje later maken we ons bed op in de cockpit.