De reis naar Split verloopt voorspoedig, en tegen 13:30 uur staan we op de steiger, waar ons schip ‘Reni’ al ligt te blinken in de zon. We handelen alle formaliteiten af en controleren de boot van voor naar achter en van boven tot onder. Verder doen we de boodschappen. We proberen zoveel mogelijk voorraden voor een hele week in te slaan, omdat we van plan zijn om zo min mogelijk havens aan te doen. Om ons heen is het ook een drukte van belang.

Om 15:30 gaan de lijnen los en varen we de jachthaven uit. Marina Kaštela is een echte charterbasis, ik schat in dat er op zo’n zaterdag een paar honderd schepen vertrekken. Een behoorlijke logistieke operatie. Gelukkig zit er een enorme supermarkt op minder dan 10 minuten lopen van de jachthaven, dat maakt alles een stuk eenvoudiger dan in de periode dat alle charters nog vanuit ACI Marina Split vertrokken.

Er staat weinig wind, zo’n 6 knopen uit ZO (Jugo). We varen in eerste instantie op de motor door de baai Kaštelanski Zaljev en om Rat Marjan en Rat Čiova. Dan door Splitski Kanal richting Splitska Vrata. Zoals gebruikelijk veranderen de omstandigheden zodra we door Splitska Vrata varen. Het is inmiddels 18:00 uur. Aan ‘de andere kant’ van dit kanaal tussen Brač en Šolta staat 15 knopen wind uit ZO. We hijsen de zeilen, en besluiten door te varen naar Luka Tiha, een baai in het kanaal richting Stari Grad op het eiland Hvar.

In deze ideale zeilwind maken we drie lange slagen, achtereenvolgens in zuidelijke, oostelijke en dan weer zuidelijke richting. Tegen 20:00 is het donker, en de zee om ons heen is vrijwel verlaten. We zien in de verte enkele lichtjes van vissersschepen, en zelf hebben we ook de navigatieverlichting aan. De maan staat in het eerste kwartier, en links en rechts verschijnen sterren aan de hemel. Iets voor 21:00 uur halen we in Starogradski Zaljev de zeilen neer, en voorzichtig varen we op de motor Luka Tiha binnen. Ons doel is de meest diepgelegen baai aan de noordkant van Luka Tiha. Er is geen lichtje te zien, maar blijkbaar ziet iemand ons naderen en hij doet gelukkig zijn ankerlicht aan. Dichterbij gekomen zien we nog twee schepen. Het blijft me verbazen dat zo weinig mensen hun ankerlicht inschakelen.

Ons anker pakt direct, en terwijl ik controleer of we goed vast liggen maken we snel nog een pan soep. Na een maaltijd van soep en brood duiken we op tijd onze kooi in. De wind is gaan liggen, en het wordt een rustige nacht.