Onze wacht van 0100 – 0300 is extreem rustig. Prettig zeilweer, nauwelijks scheepvaart, een kalme zee en een maanverlichte heldere nacht.

Als we opstaan voor onze ochtendwacht van 0700 – 0900 zijn de omstandigheden drastisch veranderd. Eén van mijn bemanningsleden vraagt zelfs vertwijfeld aan de vorige wacht wat ze met ons prachtige weer gedaan hebben! We hebben net daarvoor Capo Santa Maria de Leuca gerond. De golven bereiken inmiddels een hoogte van ruim 2 meter (4 op de schaal van Douglas). De wind is toegenomen tot 25 – 35 knopen (rond de 7 Beaufort). Het is duidelijk dat de voorspelde storm op de Adriatische Zee iets eerder is gekomen dan voorspeld.

Het wordt een dag van hard werken. Gedurende de dag worden de omstandigheden nog slechter. De golven bereiken hoogtes tot 6 meter (6 op de Douglas schaal) de wind neemt toe tot 8 Beaufort, met windstoten tot 42 knopen (9 Beaufort). We zeilen zonder grootzeil en met alleen een kleine stormfok. Maar daarmee halen we nog steeds tweecijferige snelheden – de gemiddelde snelheid over de hele dag ligt boven de 9 knopen. Onze recordsnelheid is zelfs 18,4 knopen (surfend van een golf). Dat is iets meer dan 34 kilometer per uur, een ongelofelijke snelheid voor een boot van deze lengte en gewicht.

Ik weet niet of het met de storm te maken heeft, maar gedurende deze dag krijgen we minstens tien keer bezoek van dolfijnen. Ik heb helaas niet zo heel veel tijd om daar aandacht aan te schenken. Niet alle bemanningsleden kunnen in deze weersomstandigheden het schip besturen, en de schipper en ik wisselen elkaar dus regelmatig af. Fysiek is het geen zwaar werk, maar wel vermoeiend vanwege de voortdurende concentratie die vereist is.

Tegen 1930 weten we dat we in de buurt zijn van Cavtat, de meest zuidelijke stad van Kroatië. Maar we kunnen ‘m niet vinden… Er zijn weinig lichtbakens langs dit deel van de kust, het is donker en het regent. Door de hoge golven verdwijnt de kust ook voortdurend uit het zicht als we in een golfdal zitten. We vinden de situatie te gevaarlijk om deze lastige haveningang te bereiken, en besluiten om door te varen naar Dubrovnik.

Rond 2030 hebben we Dubrovnik in zicht. Maar ook hier kost het moeite om de juiste lichtbakens te vinden die de ingang van de haven markeren, en het is oppassen voor de rotsketen die vlak voor de kust ligt. Maar om 2000 varen we Velika Vrata in en zeilen tussen Rat Bezdanj en het eiland Grebeni door. Ongeveer 15 minuten later varen we onder de beroemde brug door.

We arriveren om 2130 in de ACI Marina Dubrovnik. Niemand reageerde op onze oproepen via VHF, en ook toen we opbelden vanaf onze mobiele telefoons werd er niet opgenomen. Dus kiezen we zelf maar een plaatsje uit in de haven en meren de boot daar af. Terug op Kroatische bodem. Tijd voor een warme douche en een lange nachtrust…