Als we wakker worden zijn de weersomstandigheden compleet anders dan gisteren. Het zonnetje schijnt aan een strakblauwe hemel en de hele wereld ziet er een stuk vriendelijker uit. We maken snel van de gelegenheid gebruik om alle vochtige dingen nog even te drogen te hangen.

Tegen 1130 verlaten we de haven van Otranto in zuidelijke richting. Voorafgaand aan vertrek krijgen we nog bezoek van een Carabinieri. Aan het uniform en de indrukwekkende snor te zien is hij minstens generaal. Hij zet een aantal stempels in de niet-EU paspoorten aan boord, een mooi souvenir… Er is weinig wind, dus we varen op de motor in zuidelijke richting naar Capo Santa Maria de Leuca, het meest zuidoostelijke puntje van Italië. De kust is groen en heuvelachtig, met zo nu en dan een klein stadje.

We bereiken de kaap rond 1500, en daarna neemt mijn team de eerste wacht. De wind is inmiddels noordwestelijk, tegen de 12 knopen, en de zee is spiegelglad. We hijsen het grootzeil en rollen de genua uit. Onze koers is 222, in zuidwestelijke richting. Het scheepvaartverkeer is behoorlijk druk, we zien een groot aantal vrachtschepen en vissersschepen.

Na onze wacht is er pasta met verse Bolognese-saus. We doen nog een latere wacht van 2100 – 2300, terwijl ons schip langzaam maar gestaag de Ionische Zee oversteekt.