’s Ochtends ga ik samen met de schipper naar het kantoor van de havenmeester om de weersverwachting te bekijken. De voorspelling is 17 – 20 knopen uit het zuidoosten (5 Beaufort), en een stevige zeegang. We besluiten om het toch te proberen. Na het vullen van onze dieseltank verlaten we tegen 1130 de haven en varen in zuidelijke richting. Daarvoor moeten we stevig aan de bak, er moet vaak overstag gegaan worden.

Net voordat de schemering valt krijgen we gezelschap van een grote groep dolfijnen die ons een tijdje blijven volgen. Tegen 2030 komen we aan in Otranto, waar we afmeren voor het kantoor van de Kustwacht (Guardia Costiera). Dat is veruit het rustigste plekje in de haven in termen van wind en deining.