Gedurende de nacht zijn er goede omstandigheden om te zeilen. De wind komt uit noordwestelijke richting, 15 – 20 knopen. Er staat wel een stevige deining met golven tot twee meter hoogte. Zoals gebruikelijk in de eerste nacht op zee worden er wel wat mensen zeeziek. En omdat we allemaal weer even moeten wennen aan de achtbaanrit over het water slaapt er niemand echt goed.

Mijn team heeft wacht van 0200 – 0500. Een prachtige sterrenhemel met nauwelijks maanlicht. Enkele schepen aan de horizon, maar niets wat een mogelijk risico zou kunnen vormen. Rond 0230 hebben we de eerste ontmoeting met een groep dolfijnen. We zien hun schaduwen rond de boot, we zien en horen ze opspringen uit het water en we horen dat specifieke geluid als ze inademen. Op dat moment weten we dat nog niet, maar het is de eerste van vele ontmoetingen. Iedere dag op zee hebben we (groepen) dolfijnen gezien, soms zelfs meerdere malen.

Onze koers is zuidoost. Het grootste deel van de nacht houden we het sterrenbeeld Schorpioen over onze boeg. Rond 1130 de volgende ochtend (gedurende mijn tweede wacht) zien we de Italiaanse kust aan de horizon verschijnen. We hijsen dan ook de gastenvlag. Ons plan is om voor de avond de haven van Brindisi te bereiken (koers 140). Er wordt namelijk stevig weer verwacht met een zuidenwind (Sirocco) tot 40 knopen.

Tegen het einde van de middag komen we aan bij Brindisi. Vanaf het water zien we een typische industriële haven. Veel schoorstenen en veel chemische industrie. Maar achter deze façade bevindt zich een typisch Italiaanse stad met een aantal oude forten en bijzondere monumenten. Brindisi is de enige echt natuurlijke haven op het Italiaanse vasteland. In de Romeinse tijd was Brindisi het eindpunt van de Via Appia, een van de bekendste Romeinse wegen die Rome met het zuiden van Italië verbond. We meren af langs de kade onder het monument dat het voormalige einde van de Via Appia markeert, onder het toeziend oog van een grote menigte Italianen die hun zondagmiddagwandelingetje maken, genietend van hun ijsje.