Een ambitieus dagje vandaag. Bij het controleren van het weerbericht zie ik een gunstige windverwachting. De wind begint ook vroeger op de dag te waaien. Normaliter is dat pas rond de middag, nu waait het om 10 uur ’s ochtends al. We besluiten om te proberen Lastovo te gaan halen, ruim 30 zeemijl. Geen van allen zijn we er ooit geweest. Het is het meest afgelegen eiland.

Rond 10:30 gooien we los en varen de haven uit. Direct buitengaats gaan de zeilen omhoog en kiezen we koers 150 graden (ZO), om deze vervolgens niet meer los te laten. Na een aantal uren passeren we het eiland Korčula, met een mooi uitzicht op Vela Luka. De baai Tri Luke is de reserve-overnachtingsplaats, maar de wind blijft goed en dus varen we door. Susač en Lastovo zijn al duidelijk zichtbaar aan de horizon.

De ZW-wind neemt aardig toe tot zo’n 22 knopen, en de snelheid dus ook. 6,5 tot 7,5 knopen, niet slecht voor een Clipper 311. Je merkt dat we een aardig eindje de open zee op gaan, er staat een stevige deining. Gelukkig geen bemanningsleden met zeeziekte.

Rond 19.00 gaan de zeilen naar beneden. Tussen de eilandjes Bratin en Vlašnik door varen we Luka Velji Lago binnen. Een grote baai aan de westkant van Lastovo, feitelijk gelegen tussen Lastovo en Prežba. Er zijn meerdere voor de hand liggende ankerplaatsen. Ubli, Jurjeva Luka en dan is er ook nog een hotel met een kleine kade. Wij kiezen ervoor om voor anker te gaan in Kremena, een baai direct om de hoek, omgeven door (’s avonds heerlijk geurende) pijnbomen. Bij het binnenvaren een verrassing. We kijken tegen een tunnelingang aan, die na een meter of 10 is dichtgemetseld. Net als Vis is van Lastovo bekend dat het eiland in het verleden een belangrijke Joegoslavische legerbasis was. Vermoedelijk kijken we hier tegen een bergplaats van een marineschip of een deel van een onderzeebootbasis aan. De donkere tunnelingang maakt de baai wel een spookachtige plaats om te overnachten. Gelukkig wordt dat ruimschoots gecompenseerd door de sterrenhemel. Vanwege het ontbreken van kunstlicht straalt de Melkweg ons ’s nachts tegemoet. Dat mis ik toch echt in Nederland.