Dag 1 : Marina
Kaštela (Split)
Gedurende deze dag druppelt de bemanning binnen uit allerlei richtingen. 9
mensen, 4 nationaliteiten. We controleren het schip en doen inkopen die nodig
zijn voor de reis. Gedurende de dag staat er een stevige
Bura-wind, wat
voor deze tijd van het jaar vrij ongebruikelijk is. Net zoals in de rest van
Europa is het voorjaar ook in Kroatië koud, nat en winderig.
Het plan is om morgenochtend te vertrekken. Niet alle deelnemers zijn ervaren
zeilers. Het lijkt verstandig om de boot tin daglicht te leren kennen, en niet
onmiddellijk een nachtdienst te gaan draaien.
Dag 2 : Op zee (of toch bij de douane?)
Vanwege de dreigende weersomstandigheden in de ochtend en enkele ‘last-minute’
inkopen is het 1130 voordat we vertrekken uit
Marina
Kaštela. ’s Ochtends zien we een
nogal zeldzaam weerfenomeen, de zogenaamde ‘Zwarte Bura’. Dat gaat
gepaard met erg donkere en dreigende wolken, en het brengt meestal slecht weer.
Rond het middaguur meren we af aan de pier van de douane-autoriteiten in Split.
Dat duurt iets langer dan we verwacht hadden. Onze reis voert namelijk buiten
het zogenaamde A1-zeegebied (de kustwateren) naar de A2- en A3-zeegebieden
(offshore). De autoriteiten willen graag ons schip, de voorzieningen en de
bemanning controleren. De havenmeester wordt zelfs uit een bijeenkomst met de
Kroatische minister van Verkeer en Waterstaat gehaald om onze papieren te
controleren - de eerste keer in zes jaar dat iemand een blik op mijn vaarbewijs
werpt!
Uiteindelijk krijgen we tegen 1600 toestemming om te vertrekken. Daar zijn we
inmiddels dan ook wel aan toe. We passeren al snel Splitska Vrata, het kanaal
tussen Brač en Šolta, en zetten koers naar Lastovo. Als we rond 2300 bij dat
eiland aankomen, stellen we het wachtsysteem in. Drie wachten van drie personen
elk, een ‘watch leader’ en twee bemanningsleden.
|
|
|
|
Zwarte Bura
|
|
|
|
Zwarte Bura
|
|
|
|
Douane-pier in de haven van Split
|
|
|
Dag 3 : Aankomst in Brindisi (Italië)
Gedurende nacht zijn er goede omstandigheden om te zeilen. De wind komt uit
noordwestelijke richting, 15 – 20 knopen. Er staat wel een stevige deining met
golven tot twee meter hoogte. Zoals gebruikelijk in de eerste nacht op zee
worden er wel wat mensen zeeziek. En omdat we allemaal weer even moeten wennen
aan de achtbaanrit over het water slaapt er niemand echt goed.
Mijn team heeft wacht van 0200 – 0500. Een prachtige sterrenhemel met nauwelijks
maanlicht. Enkele schepen aan de horizon, maar niets wat een mogelijk risico zou
kunnen vormen. Rond 0230 hebben we de eerste ontmoeting met een groep dolfijnen.
We zien hun schaduwen rond de boot, we zien en horen ze opspringen uit het water
en we horen dat specifieke geluid als ze inademen. Op dat moment weten we dat
nog niet, maar het is de eerste van vele ontmoetingen. Iedere dag op zee hebben
we (groepen) dolfijnen gezien, soms zelfs meerdere malen.
Onze koers is zuidoost. Het grootste deel van de nacht houden we het
sterrenbeeld Schorpioen over onze boeg. Rond 1130 de volgende ochtend (gedurende
mijn tweede wacht) zien we de Italiaanse kust aan de horizon verschijnen. We
hijsen dan ook de gastenvlag. Ons plan is om voor de avond de haven van Brindisi
te bereiken (koers 140). Er wordt namelijk stevig weer verwacht met een
zuidenwind (Sirocco) tot 40 knopen.
Tegen het einde van de middag komen we aan bij Brindisi. Vanaf het water zien we
een typische industriële haven. Veel schoorstenen en veel chemische industrie.
Maar achter deze façade bevindt zich een typisch Italiaanse stad met een aantal
oude forten en bijzondere monumenten. Brindisi is de enige echt natuurlijke
haven op het Italiaanse vasteland. In de Romeinse tijd was Brindisi het eindpunt
van de Via Appia, een van de bekendste Romeinse wegen die Rome met het zuiden
van Italië verbond. We meren af langs de kade onder het monument dat het
voormalige einde van de
Via Appia markeert, onder het toeziend oog van een grote
menigte Italianen die hun zondagmiddagwandelingetje maken, genietend van hun
ijsje.
Dag 4 : Van Brindisi naar Otranto
’s Ochtends ga ik samen met de schipper naar het kantoor van de havenmeester om
de weersverwachting te bekijken. De voorspelling is 17 – 20 knopen uit het
zuidoosten (5 Beaufort), en een stevige zeegang. We besluiten om het toch te
proberen. Na het vullen van onze dieseltank verlaten we tegen 1130 de haven en
varen in zuidelijke richting. Daarvoor moeten we stevig aan de bak, er moet vaak
overstag gegaan worden.
Net voordat de schemering valt krijgen we gezelschap van een grote groep
dolfijnen die ons een tijdje blijven volgen. Tegen 2030 komen we aan in Otranto,
waar we afmeren voor het kantoor van de Kustwacht (Guardia Costiera). Dat
is veruit het rustigste plekje in de haven in termen van wind en deining.
Dag 5 : Otranto
Vanwege ongunstige weersomstandigheden (sterke eind en een stevige zeegang
vanuit het zuiden en zuidwesten, pal op onze boeg) zitten we voor vandaag vast
in Otranto. We besteden de dag aan het klaarmaken van het schip voor de volgende
etappe, hopelijk in één keer door naar Malta. Verder kijken we wat rond in
Otranto. Een leuk oud vestingstadje, maar wel erg leeg en desolaat in deze tijd
van het jaar.
Dag 6 : Koers zuidwest
Als we wakker worden zijn de weersomstandigheden compleet anders dan gisteren.
Het zonnetje schijnt aan een strakblauwe hemel en de hele wereld ziet er een
stuk vriendelijker uit. We maken snel van de gelegenheid gebruik om alle
vochtige dingen nog even te drogen te hangen.
Tegen 1130 verlaten we de haven van Otranto in zuidelijke richting. Voorafgaand
aan vertrek krijgen we nog bezoek van een Carabinieri. Aan het uniform en de
indrukwekkende snor te zien is hij minstens generaal. Hij zet een aantal
stempels in de niet-EU paspoorten aan boord, een mooi souvenir… Er is weinig
wind, dus we varen op de motor in zuidelijke richting naar Capo Santa Maria de
Leuca, het meest zuidoostelijke puntje van Italië. De kust is groen en
heuvelachtig, met zo nu en dan een klein stadje.
We bereiken de kaap rond 1500, en daarna neemt mijn team de eerste wacht. De
wind is inmiddels noordwestelijk, tegen de 12 knopen, en de zee is spiegelglad.
We hijsen het grootzeil en rollen de genua uit. Onze koers is 222, in
zuidwestelijke richting. Het scheepvaartverkeer is behoorlijk druk, we zien een
groot aantal vrachtschepen en vissersschepen.
Na onze wacht is er pasta met verse Bolognese-saus. We doen nog een latere wacht
van 2100 – 2300, terwijl ons schip langzaam maar gestaag de Ionische Zee
oversteekt.
|
|
|
|
|
|
Capo Santa Maria de Leuca
|
|
|
Dag 7 : Op zee
De gebruikelijke routine. We hebben wacht van 0300 – 0500 en van 0900 – 1100.
Deze wachten verlopen rustig. We houden vooral een oogje op het overige
scheepvaartverkeer, in het bijzonder op de vissersschepen. Ze zijn dichterbij en
hun koersen zijn minder voorspelbaar dan die van de grote vrachtschepen die we
langs de horizon zien schuiven. Verder een beetje bijslapen tussen de wachten
door, en dan wakker worden met de geur van versgebakken pannenkoeken in je neus
en een grote groep dolfijnen die weer rond de boot zwemt… We vinden het huidige
schema van 2 uur op / 4 uur af comfortabeler dan het eerdere schema van 3 uur op
/ 6 uur af.
Gedurende de ochtend verandert de wind naar zuid-zuid-west, 15 knopen. Weer pal
op de boeg, vanuit de richting waar we naartoe willen. Noodgedwongen schakelen
we dus maar weer even over op de motor. Gelukkig verandert de wind begin van de
middag weer naar zuid-oost, 12 – 15 knopen, en kunnen we de zeilen weer hijsen.
Tijdens onze middagwacht houdt ineens de motor van het schip ermee op. Na enig
zoeken vinden we al snel de waarschijnlijke oorzaak. Het schip heeft twee
dieseltanks. Toen een van de twee leeg was, heeft de motor tijdens het
overschakelen naar de tweede tank waarschijnlijk een hap lucht genomen. Motor
ontluchten, en na zo’n tien minuten werkt alles weer.
’s Avonds hebben we risotto voor het diner. Wie zei er ook alweer dat het eten
aan boord niet lekker kan zijn? We verwachten inmiddels om ergens in de vroege
ochtend in Malta aan te komen. Afhankelijk van het weer, het schip, en de
bemanning uiteraard.
Dag 8 : Aankomst in Valletta (Malta)
Gedurende de nacht wordt de wind veranderlijk, iets wat vooral tot veel
zeilwisselingen leidt. De zee is rustig, het scheepvaartverkeer is echter
behoorlijk druk. In de buurt van Sicilië en Malta veel vissersschepen, en daar
tussendoor veel vrachtschepen.
Kort na het begin van mijn wacht om 0300 zien we de eerste lichtjes van Malta
aan de horizon verschijnen. Vol verwachting zien we het aantal lichtjes
toenemen. We besluiten zelfs om de volgende wacht maar te laten slapen: we
willen het schip zelf binnenbrengen. De aanloop naar Malta is prachtig: de
verlichte oude kastelen, forten en kerken zijn van mijlenver zichtbaar.
Enkele mijlen van de haven roepen we via de VHF Valletta Port Control op om onze
komst aan te kondigen en instructies te vragen. We krijgen informatie over de
scheepsbewegingen in onze omgeving. Tegen 0530 glijden we tussen de havenhoofden
door van de oostelijke haven van Valletta en komen we in rustiger vaarwater. Om
ons heen zien we de sporen van de rijke historie van Malta, de forten en
arsenalen van de Ridders van Sint Jan die hiervandaan de Ottomanen bestreden.
Na onze oproep via VHF worden we door de havenmeester van
Grand Harbour Marina naar een ligplaats in deze luxe jachthaven begeleidt. Deze jachthaven
bevindt zich in Vittoriosa, aan de oostkant van de baai ten opzichte van het
oude centrum van Valletta, met een fantastisch uitzicht op de oude stad en het
Fort San Angelo. Na het afmeren wordt het erg rustig op ons schip, behalve dan
het snurken van de mensen die wat slaap proberen in te halen…
Douches (privé badkamers!), de was, de boot schoonmaken, een welverdiend
biertje, lunchen… Time flies when you are having fun.
Dag 9 : Valletta (Malta)
Tijd voor ontspanning in Valletta. We nemen een watertaxi naar de stad. Deze
watertaxi’s zijn traditionele houten Maltezer schepen, de zogenaamde ‘dghajsa’.
Ze hebben tegenwoordig wel allemaal een buitenboordmotor.
Terwijl we rondlopen in de stad voelen we de geschiedenis die aanwezig is in de
gebouwen en verdedigingswerken. Jarenlang had Malta niet alteveel aandacht voor
haar eigen historie. Dat verandert gelukkig, en onder leiding van de organisatie
‘Malta Heritage’ wordt er overal gerestaureerd. We bezoeken het Maritiem Museum
en het Archeologisch Museum, en bekijken de stad.
Dag 10 : Valletta (Malta)
Nog een rustig dagje in Valletta. ’s Middags krijgen we onze brandstof
aangeleverd. Omdat het enige tankstation wat geschikt is voor (kleine) schepen
gesloten is wegens een renovatie, gaat dat op de oude vertrouwde manier van het
bunkeren. Daarvoor moeten we wel ons schip buiten de jachthaven neerleggen.
Vervolgens komt er een tankwagen aangereden, en worden we volgetankt.
Gedurende de dagen in Valletta houden we de weerkaart goed in de gaten. Op basis
van de voorspellingen lijkt maandag een goede dag om te vertrekken, we zouden
dan in ieder geval gunstige wind moeten hebben voor het eerste deel van onze
reis.
Dag 11 : Van Valetta naar Siracuse (Italië) en verder
De wekker gaat om 0600 en tegen 0630 is iedereen inderdaad ook uit bed (wat nog
niet hetzelfde is als ‘wakker’). Toch niet slecht gegeven het afzakkertje (of
twee) wat we gisterenavond nog genuttigd hebben. Tegen 0730 gaan de lijnen los
en begint de reis terug naar Kroatië.
Valletta Port Control laat ons nog even wachten. Langzaam cirkelen we een paar
keer door de haven terwijl zij bij de douane nagaan of we wel netjes uitgeklaard
zijn. Dat is uiteraard inderdaad het geval, en tegen 0800 krijgen we toestemming
om de haven te verlaten. Buiten het havenhoofd vinden we perfecte
zeilomstandigheden. Een noordwesten wind, 15 – 18 knopen. Snel hijsen we dus de
zeilen – na de rustige dagen in de haven snakt iedereen naar wat actie. De koers
is 040, onze snelheid ligt tussen de 7 en 8 knopen.
Al na enkele uren zitten we alweer in onze vaste zeeroutine. We krijgen na een
paar uur nog even gezelschap van een vermoeide duif die duidelijk te ver van het
vasteland is afgedwaald. Hij 9of zij) gebruikt ons voordek om uit te rusten.
Maar voor de rest zien we alleen onszelf en een enkel schip aan de horizon.
We zien deze dag ook veel zeeschildpadden. Het is best lastig om er een paar te
fotograferen: zij zijn klein en langzaam, en wij schieten er met een behoorlijke
vaart voorbij.
Later die dag valt de wind weg, om vervolgens vanuit het noordoosten te gaan
waaien. Weer pal op onze boeg, dus de motor brengt uitkomst. Vanwege deze wind
maken we tegen de avond een tussenstop in Siracuse op Sicilië. Voor later die
nacht wordt er een gunstige wind voorspeld, dus we zijn van plan om rond 0200
weer te vertrekken. Tijd voor een etentje, en een paar uur slapen voordat het
wachtritme ons slaapritme weer gaat overheersen.
Dag 12 : Naar Roccella Ionica (Italië)
Een prachtige dag op het water! We hebben de vroege ochtendwacht, 0400 – 0600.
Die begon met het restant van een prachtige sterrenhemel met een duidelijk
zichtbare Melkweg. Vervolgens de dageraad, en daarna een prachtige zonsopkomst.
We vangen een glimp op van de vulkaan Etna, inclusief rookpluim, aan de horizon.
En tijdens dat alles varen we op de zeilen (met een kleine reef in de genua) in
30 knopen wind uit noordnoordwest. De koers is nog steeds 040, de snelheid van
het schip is iets boven de 8 knopen. En weer zwemmen er dolfijnen rond het
schip. Het leven wordt niet veel mooier dan dit!
De Middellandse Zee en de Adriatische Zee hebben echter een paar dingen gemeen.
De omstandigheden kunnen er snel veranderen, en dat gebeurt dus ook nu weer.
Tegen 1100 draait de wind opnieuw naar noordoost (15 knopen), pal op de boeg.
Daar komt de motor weer…
Tegen die tijd varen we onder de kust van Calabria, de zuidelijke regio van
Italië. We hebben sinds het vertrek uit Valletta ruimt 160 mijl afgelegd.
Rond 1130 ontvangen we een nieuwe weersvoorspelling, en die ziet er niet gunstig
voor ons uit. De wind zal verder toenemen, en er dreigt een stevige storm in de
Golf van Taranto (die wij moeten passeren). Als in de daaropvolgende uren de
wind inderdaad sterk toeneemt, besluiten we onze toevlucht te zoeken in het
haventje van Roccella Ionica, een klein stadje verderop aan de kust.
Tegen 1500 komen we in deze haven aan. Vanwege de sterke wind kost het nog wel
enige moeite om ons schip veilig af te meren. Er woedt buitengaats inmiddels een
flinke storm. We controleren de weerkaarten van uur tot uur. Er wordt voor
donderdagavond inmiddels ook een storm voorspeld voor de Adriatische Zee, die we
ook moeten passeren op de weg terug naar Kroatië. Maar voor het moment kunnen we
alleen maar rustig afwachten. Dat wordt vergemakkelijkt door een (beter dan
verwacht) etentje in het kleine restaurantje bij de jachthaven (het enige
restaurant in de buurt, zo ontdekken we). De pizza bestel je er per halve
strekkende meter…
Dag 13 : Op zee en in Crotone
Om 0600 verlaten we de haven van Roccella Ionica. Het is een erg rustige morgen,
zonnig, warm, een vrijwel rimpelloze zee en (helaas) geen wind. Dat laatste
verandert gelukkig snel, na enkele uren hebben we een wind van 15 – 20 knopen
uit noordelijke richting en zeilen we met een prettige snelheid.
Onze eerste bestemming vandaag is Crotone, aan de Golf van Taranto, om brandstof
in te slaan voor de laatste etappe. Daarna zullen we koers zetten in
oost-noord-oostelijke richting Capo Santa Maria de Leuca, de zuidoostelijke punt
van Italië.
Tegen het middaguur draait de wind naar zuid-zuidwest en neemt toe tot 25 – 30
knopen. Uitstekend zeilweer! We komen tegen 1430 aan in Crotone, waar we helaas
ontdekken dat het tankstation pas om 1530 opengaat (siesta…). We gebruiken de
beschikbare tijd om een grote pan kip-kerrie te koken voor het avondeten, het
stadje is namelijk volledig uitgestorven en alles is gesloten.
Als we tegen 1600 uit Crotone vertrekken, vergeten we bijna één van onze
bemanningsleden. Hij was nog even snel de wal opgegaan om het vuilnis weg te
gooien. Gelukkig ontdekken we hem op de kade net voordat we de haven uitdraaien.
In de uren daarna krijgen we weer verschillende malen bezoek van groepen
dolfijnen. Na het avondeten, tegen 1900, gaat het wachtsysteem weer draaien.
Mijn team heeft wacht van 1900 – 2100. De duisternis valt nog steeds vrij vroeg,
en het is een prachtige maanverlichte nacht nu de maan bijna vol is. Onze koers
is 055, de wind is 20 knopen uit zuidoostelijke richting.
Dag 14 : Storm op de Adriatische Zee
Onze wacht van 0100 – 0300 is extreem rustig. Prettig zeilweer, nauwelijks
scheepvaart, een kalme zee en een maanverlichte heldere nacht.
Als we opstaan voor onze ochtendwacht van 0700 – 0900 zijn de omstandigheden
drastisch veranderd. Eén van mijn bemanningsleden vraagt zelfs vertwijfeld aan
de vorige wacht wat ze met ons prachtige weer gedaan hebben! We hebben net
daarvoor Capo Santa Maria de Leuca gerond. De golven bereiken inmiddels een
hoogte van ruim 2 meter (4 op de schaal van Douglas). De wind is toegenomen tot
25 – 35 knopen (rond de 7 Beaufort). Het is duidelijk dat de voorspelde storm op
de Adriatische Zee iets eerder is gekomen dan voorspeld.
Het wordt een dag van hard werken. Gedurende de dag worden de omstandigheden nog
slechter. De golven bereiken hoogtes tot 6 meter (6 op de Douglas schaal) de
wind neemt toe tot 8 Beaufort, met windstoten tot 42 knopen (9 Beaufort). We
zeilen zonder grootzeil en met alleen een kleine stormfok. Maar daarmee halen we
nog steeds tweecijferige snelheden – de gemiddelde snelheid over de hele dag
ligt boven de 9 knopen. Onze recordsnelheid is zelfs 18,4 knopen (surfend van
een golf). Dat is iets meer dan 34 kilometer per uur, een ongelofelijke snelheid
voor een boot van deze lengte en gewicht.
Ik weet niet of het met de storm te maken heeft, maar gedurende deze dag krijgen
we minstens tien keer bezoek van dolfijnen. Ik heb helaas niet zo heel veel tijd
om daar aandacht aan te schenken. Niet alle bemanningsleden kunnen in deze
weersomstandigheden het schip besturen, en de schipper en ik wisselen elkaar dus
regelmatig af. Fysiek is het geen zwaar werk, maar wel vermoeiend vanwege de
voortdurende concentratie die vereist is.
Tegen 1930 weten we dat we in de buurt zijn van Cavtat, de meest zuidelijke stad
van Kroatië. Maar we kunnen ‘m niet vinden… Er zijn weinig lichtbakens langs dit
deel van de kust, het is donker en het regent. Door de hoge golven verdwijnt de
kust ook voortdurend uit het zicht als we in een golfdal zitten. We vinden de
situatie te gevaarlijk om deze lastige haveningang te bereiken, en besluiten om
door te varen naar Dubrovnik.
Rond 2030 hebben we Dubrovnik in zicht. Maar ook hier kost het moeite om de
juiste lichtbakens te vinden die de ingang van de haven markeren, en het is
oppassen voor de rotsketen die vlak voor de kust ligt. Maar om 2000 varen we
Velika Vrata in en zeilen tussen Rat Bezdanj en het eiland Grebeni door.
Ongeveer 15 minuten later varen we onder de beroemde brug door.
We arriveren om 2130 in de ACI Marina Dubrovnik. Niemand reageerde op onze
oproepen via VHF, en ook toen we opbelden vanaf onze mobiele telefoons werd er
niet opgenomen. Dus kiezen we zelf maar een plaatsje uit in de haven en meren de
boot daar af. Terug op Kroatische bodem. Tijd voor een warme douche en een lange
nachtrust…
|
|
|
|
|
|
Wat komt daar nu weer aan?
|
|
|
Dag 15 : Dubrovnik – het einde…
We hebben nog één dag voor onze reis terug naar Split. Maar de
weersvoorspellingen zien er hetzelfde uit als gisteren, en ook als we naar
buiten kijken worden we niet vrolijk. Deze fantastische zeilreis eindigt dus
hier in Dubrovnik. We reizen over land terug naar Split.